De Zuilversieringen
Op de zuilen in het koor zijn twee soorten versieringen te zien: twee zuilen vertonen schilderingen (secco’s) en op alle zuilen ziet men restanten van zogenaamde geperst brokaatdecoraties.
De schilderingen
Geperst brokaat
De schilderingen (secco’s)
Op de eerste zuil aan de noordzijde en de vierde aan de zuidzijde zijn in de eerste helft van de 13e eeuw schilderingen aangebracht. Zij zijn rechtstreeks op de Benthemersteen geschilderd, op een gele onderlaag. Zeer waarschijnlijk hingen er voor deze schilderingen heiligenbeelden of kruisbeelden. Dit wordt afgeleid uit de onbeschilderde verticale stroken. Mogelijk stonden er vóór deze zuilen altaren.
De schildering op de zuil aan de noordzijde is verdeeld in acht vakken met daarin afbeeldingen van heiligen (zie foto). In de bovenste rij: Petrus, herkenbaar aan de sleutel; Andreas, met het naar hem genoemde kruis; Johannes de Doper, geportretteerd als voorloper van Christus, en Mattheus, afgebeeld als apostel. In de onderste rij: Lanfrancus, theoloog en aartsbisschop van Canterbury; Cornelius met pauselijke staf en drinkhoorn: een paus uit de 3e eeuw die in de middeleeuwen populair was als beschermer tegen vallende ziekte; Christophorus met Christuskind, beschermheilige van de reizigers, en Antonius de Kluizenaar met het varken, staande in vlammen als teken van het Antoniusvuur, de ziekte waartegen de heilige als beschermer werd aangeroepen. Op grond van het wapen dat naast de Heilige Petrus is afgebeeld neemt men aan dat deze schildering in opdracht van de familie Van Boschuysen is vervaardigd.
De schildering op de zuil aan de zuidzijde vertoont twee engelen, zwevend boven een bebost landschap. Zij houden een stralenkrans achter het hoofd van een verdwenen heiligenbeeld.
Het geperst brokaat
Geperst brokaat is een textielimitatie. In de middeleeuwen vormden wandkleden een gebruikelijke vorm van interieurversiering. Een aparte plaats namen de erekleden in. Deze hingen achter een beeld van een vooraanstaand persoon met als doel zijn of haar bijzondere positie te benadrukken. Erekleden ziet men vooral bij afbeeldingen van vorsten en heiligen. De kleden waren gemaakt van kostbaar textiel, meestal van zijde of brokaat. Bij brokaat is goud- of zilverdraad in de stof verwerkt. Eredoeken werden ook wel geschilderd, bijvoorbeeld op zuilen, waarvoor een heiligenbeeld was geplaatst.
Tegen de twaalf zuilen in het koor van de Pieterskerk hingen oorspronkelijk beelden van de twaalf apostelen. Achter deze beelden bracht men erekleden aan. Deze waren niet van textiel of geschilderd, maar van geperst brokaat. Dit was een techniek die diende om de driedimensionale structuur van kostbaar brokaat weer te geven (te imiteren). Hiertoe maakte men een elastische massa van warme bijenwas en hars, verstevigd met loodwit, lijnolie, krijt en lijm. Deze substantie werd in een koperen plaat gedrukt met daarin de gewenste textielmotieven. In de koperen plaat kon men minutieus de weefseldraden aangeven. Na afkoeling werden de vellen geperst brokaat op de zuilen geplakt, beschilderd en verguld. Het geperst brokaat dat de zuilen in het koor heeft gesierd was goud met respectievelijk blauw, groen of rood van kleur en vertoonde het toentertijd populaire motief van de granaatappel. Men koos blad- en bloemmotieven voor de verhoogde sierrand.
Geperst brokaat werd bijna uitsluitend toegepast op hout. Dat het in de Pieterskerk op steen werd aangebracht maakt deze versieringen uniek. Zij zijn gemaakt aan einde van de 15de eeuw. Zij zijn echter zozeer beschadigd dat restauratie niet mogelijk is: de overblijfselen zijn geconserveerd.
In Januari 2004 is een nieuwe publicatie verschenen over het geperst brokaat, getiteld 'Eredoeken in geperst brokaat'. Verkrijgbaar in de kiosk van de Pieterskerk.