/Home/Informatie/Contact/Sitemap

Van Hagerbeer orgel

De Pieterskerk kende reeds in de middeleeuwen een intensieve kerkmuziekbeoefening. Binnen de kerkmuren bloeide de koorcultuur (Leidse Koorboeken!) en er klonk orgelmuziek van hoog niveau. Hoewel de allervroegste geschiedenis in nevelen is gehuld, is bekend dat omstreeks 1446 tegen de westgevel een nieuw orgel werd gebouwd door een onbekende bouwer (misschien de Kampense orgelbouwer Jacob van Biltsteyn). Het is een unieke omstandigheid dat een gedeelte van het pijpwerk van dát orgel nog steeds aanwezig is. De ongeveer 100 nu nog overgebleven orgelpijpen uit dat instrument behoren tot de oudste nog klinkende ter wereld.

Na het instorten van de de toren van de kerk in 1512 werd het orgel in 1518 gerenoveerd door de beroemde Jan van Covelen. Dit orgel bezat vermoedelijk drie manualen en een pedaal met een of meer zelfstandige pedaalregisters. Het is onduidelijk of Van Covelen de bestaande orgelkast handhaafde. In 1541 werd het orgelmeubel ingrijpend vernieuwd, althans wat het rugpositief betreft. Bij die gelegenheid werd een nieuw soffiet (= het netwerk onder het rugpositief) aangebracht. Uiterlijk heeft het rugwerk nog steeds de toen tot stand gebrachte renaissancegedaante. Tussen 1583 en 1585 voerde de Utrechtse orgelmaker Peter Jansz de Swart omvangrijke herstelwerkzaamheden uit. Bij keuringen van die werkzaamheden heeft Sweelinck enkele malen de nog steeds bestaande wenteltrap naar het orgel bestegen. In 1625 vervaardigde Jan Jacobsz van Lin een geheel nieuw rugwerk en herstelde de blaasbalgen.

Met het oog op de kort tevoren geïntroduceerde gemeentezangbegeleiding door het orgel droegen de Leidse burgemeesters slechts 13 jaar later, in 1638, een totale renovatie van het orgel op aan vader Galtus en zoon Germer van Hagerbeer, de beroemdste Hollandse orgelmakers van die tijd. De werkzaamheden vonden plaats tussen 1639 en 1643. Allereerst werd een nieuwe hoofdkast vervaardigd door de Leidse stadsarchitect Arent van 's-Gravensande. De indrukwekkende orgelkast is net als die van Alkmaar en 's-Hertogenbosch een 24-voets werk (dit verwijst naar de lengtemaat van de grootste pijp), gebouwd in de voorname classicistische stijl van de Hollandse Gouden Eeuw, met luiken zowel aan de hoofdwerkkast als aan het rugpositief.

De Van Hagerbeers maakten een krachtig orgel met veel verdubbelingen in de prestantregisters en met registers als Trompet en Sexquialter om de nieuwe functie van gemeentezangbegeleiding zo goed mogelijk te ondersteunen. De orgelbouwers gebruikten naast de vele nieuwe registers nog steeds een aanzienlijk deel van het oude pijpwerk. Vanwege voortdurende veranderingen in smaak en muzikale appreciatie bleef het orgel niet in zijn oorspronkelijke toestand bewaard. Tot aan 1800 waren de wijzigingen in aard en omvang nog beperkt, de periode daarna gaf echter een gestadige versobering van kleur en klankpracht te zien. Ook uiterlijk werd deze versobering geïllustreerd met de verkoop van de luiken in 1807. Het meest ingrijpend was de verbouwing door de gebroeders Lohman in 1843-1846. Een aantal nieuwe registers en een algehele herintonatie bogen het klankbeeld om naar een nieuw romantisch klankideaal. Het aantal pijpen werd uitgebreid tot circa 3500. De meeste oude windladen werden vervangen. Het is een gelukkige omstandigheid dat deze orgelbouwers, ondanks hun verder weinig gelukkige ingrepen, het grootste deel van de oude pijpen handhaafden.

Exact honderd jaar later, van 1943 tot 1946, vond een ingrijpende restauratie plaats door G. van Leeuwen. Hoewel de historische pijpen bewaard zijn gebleven, vonden er tamelijk rigoureuze ingrepen plaats om de klank naar het ideaal van de eigen tijd om te buigen. Ook werd het mechanische overbrengsysteem uitgebreid met onder meer pneumatiek en Barker-hefbomen. Tussen 1994 en 1998 vond een grootscheepse restauratie en reconstructie plaats, uitgevoerd door de firma Verschueren te Heythuysen. Het orgel is daarbij teruggebracht in z'n 17e-eeuwse staat, met bijbehorende middentoonstemming en lage toonhoogte (a’=417 Hz). Het Pieterskerkse orgel is nu het grootste Nederlandse orgel in middentoonstemming en daarmee het enige grote nog bestaande Hollandse stadsorgel uit de Gouden Eeuw, waarop welhaast ideaal orgelwerken van Jan Pietersz Sweelinck en de daaropvolgende twee generaties componisten uitgevoerd kunnen worden. In de Pieterskerk bestaat sinds de laatste eeuwwisseling een orgeltrappersgilde dat in principe tijdens alle openbare orgelbespelingen de lucht  'voetmatig' vanuit de balgen in de windkanalen doet stromen. Dit geeft in vergelijking met een windmotor een extra ontspanning en adem aan de historische orgelklank.
 

Titulair Organist van de Pieterskerk is Leo van Doeselaar. U kunt hier de dispositie van het orgel als schema downloaden (pdf).