Jan Havickszoon Steen (Leiden, 1625 of 1626 – begraven in de Pieterskerk Leiden 23 februari 1679) was een kunstschilder uit Nederland in de 17e eeuw, de tijd van de Nederlandse barokke schilderkunst. Zijn werk is van ongelijke kwaliteit, maar mensenkennis, humor en uitbundig kleurgebruik zijn belangrijke kenmerken van zijn werk. Net als zijn nog beroemdere tijdgenoot Rembrandt van Rijn bezocht Jan Steen de Latijnse school in Leiden.
In 1648 werd Jan Steen opgenomen in het in dat jaar opgerichte schildersgilde St. Lucas in Leiden en werkte samen met Gabriël Metsu. In 1649 trok Jan Steen in bij landschapschilder Jan van Goyen in Den Haag en trouwde diens dochter Margriet. Beide schilders werkten vijf jaar samen. In 1654 werd hij lid van de plaatselijke schutterij. Steen verhuisde naar alle waarschijnlijkheid naar Delft, waar hij de herberg De Slange zonder veel succes runde. De plaatselijke economie raakte na een ontploffing, bekend als de Delftse donderslag, waarbij veel huizen werden verwoest, in het slop.
Van 1656/1657 tot 1660 leefde hij in Warmond en van 1660 tot 1670 in Haarlem, waar hij zijn meest productieve periode beleefde. In 1670, een jaar na de dood van zijn vrouw, verhuisde Steen terug naar Leiden, waar hij de rest van zijn leven zou wonen in het huis dat hij van zijn ouders erfde. Hij hertrouwde in 1672 de weduwe Maria van Egmont, met wie hij twee kinderen zou krijgen.
In 1671 werd hij gekozen tot hoofd van het kunstenaarsgilde. In 1672 opende Jan Steen een taveerne de Vrede. In 1674 werd hij opnieuw gekozen tot hoofd van het Sint-Lucasgilde. Jan Steen stierf in 1679 en werd bijgezet in het familiegraf in de Pieterskerk in Leiden. Zijn dochter Catherina trouwde met de zeeschilder Jan Porcellis.